Artikel-ID : 00108420 / Laatst gewijzigd : 04/03/2015

Fotografiegids: mooie foto's maken met uw camera

    Deze snelstartgids zal u helpen het beste uit uw camera te halen

    Wat is een RAW-bestand? Wat zijn de voordelen van RAW?

    Als u tot nu toe een digitale compactcamera hebt gebruikt, werden al uw foto's waarschijnlijk opgeslagen als JPEG-bestanden. Uw digitale spiegelreflexcamera kan ook bestanden in die indeling maken, maar biedt daarnaast de mogelijkheid om RAW-bestanden te maken. Maar wat is een RAW-bestand en wat zijn de voordelen ervan ten opzichte van JPEG-bestanden?

    Telkens als u een foto maakt, legt de sensor van de camera een grote hoeveelheid gegevens vast, veel meer dan vereist om een JPEG-bestand te maken. Wanneer de camera een beeld verwerkt, gaan veel van deze gegevens verloren om een klein bestand te kunnen maken. De foto die hiervan het resultaat is, is goed genoeg voor de meeste toepassingen, zoals afdrukken, verzenden via e-mail of publiceren op een website.

    In tegenstelling tot een JPEG-bestand, is een RAW-bestand een bestand dat niet is verwerkt of gecomprimeerd door de camera. Het bevat alle gegevens die de sensor heeft vastgelegd toen u de foto maakte. RAW biedt een veel breder bereik aan informatie over kleuren en tinten in vergelijking met de kleuren die worden gebruikt in een JPEG. RAW kan ook veel meer detaillering bieden voor extreme schaduwpartijen en lichte partijen. Daarom wordt het soms een 'digitaal negatief' genoemd. En net zoals u veel betere resultaten boekt wanneer u zelf in een doka uw eigen foto's ontwikkelt en afdrukt, in plaats van ze naar de lokale fotowinkel te brengen, zo kunnen de extra gegevens die vastgelegd zijn in een RAW-bestand worden gebruikt om foto's van een hogere kwaliteit te verkrijgen. Het vergt alleen wat oefening.

    Om RAW-bestanden te verwerken, hebt u speciale 'raw converter'-software nodig, zoals het bij uw camera meegeleverde Image Data Converter SR.

    Wanneer u een RAW-bestand opent in Image Data Converter, wordt het beeld eerst weergegeven zoals het eruit zou zien als u de camera-instellingen van het moment van opname toepast. Vervolgens kunt u de belichting, witbalans, kleurmodus, kleurruimte, het contrast en een verscheidenheid aan andere instellingen wijzigen, totdat het beeld de uitstraling heeft die u wilt. U kunt zelfs de 'voor'- en 'na'-versies naast elkaar weergeven, zodat u het effect van uw wijzigingen kunt bekijken. En u hoeft niet bang te zijn dat u iets verkeerds zult doen. Wanneer u klaar bent met het aanpassen van de foto, kunt u het resultaat immers opslaan als een nieuw TIFF- of JPEG-bestand. Het oorspronkelijke RAW-bestand blijft behouden en wordt niet gewijzigd, zodat u het later desgewenst opnieuw kunt gebruiken om totaal andere aanpassingen te maken.

    Voorbeelden van wat mogelijk is door RAW in plaats van JPEG te kiezen:

    Voorbeeld 1

    In dit voorbeeld merkt u duidelijk dat de neervallende druppels water op de JPEG-foto niet in detail worden weergegeven. Bovendien bevatten de lichte partijen weinig tot geen details.

    Afbeelding

    Afbeelding Afbeelding vergroten

    In de onderstaande RAW-foto worden veel meer details weergegeven, waardoor u een intenser resultaat verkrijgt.

    Afbeelding

     Afbeelding vergroten

    Voorbeeld 2

    Foto die is gemaakt in de JPEG-modus

    Afbeelding

    In dit voorbeeld is de foto gemaakt aan het einde van de dag, bij zonsondergang. De rode gloed bleef slechts enkele minuten hangen. De uitdaging bestaat erin deze rode gloed vast te leggen op de foto. In de JPEG-modus is de foto onderbelicht en zijn de kleuren flets. Er is niets bijzonders aan de foto.

    Aangepast RAW-bestand

    Afbeelding

     

    Contrast, verzadiging en scherpte

     

    Elk van deze parameters heeft een invloed op hoe uw foto er uiteindelijk zal uitzien.

    Het is niet echt mogelijk om deze parameters met het blote oog op het scherm van uw camera te beoordelen. In plaats van direct te beslissen welk niveau van contrast, verzadiging en scherpte u wilt gebruiken, doet u er goed aan enkele foto's te maken met de verschillende camera-instellingen en deze te uploaden naar uw computer om ze rustig nader te bekijken en aan te passen.

    Contrast:

    Contrast heeft betrekking op de verhouding tussen de meest lichte en de meest donkere gedeelten van een beeld. Als het contrast laag is, wordt alles weergegeven in grijstinten, terwijl een hoog contrast zeer geprononceerde lichte partijen en schaduwpartijen biedt met weinig tussenliggende tinten. Er bestaat niet zoiets als een 'ideaal' contrastniveau. Alles hangt af van de aard van de scène waarvan u een foto maakt. Voor het fotograferen van documenten kunt u bijvoorbeeld beslissen een hoger contrast in te stellen om zo de tekst beter te laten uitkomen ten opzichte van de achtergrond. Contrast is vooral belangrijk als u de kleurfunctie van de camera hebt ingesteld op B&W (Zwart-wit). Dit neemt echter niet weg dat het altijd aan te raden is in de RAW-modus foto's te maken. Klik hier voor zelfstudie-informatie over de RAW-modus.

    Verzadiging:

    Kort gezegd is dit de intensiteit van de kleuren. Als u tot nu toe een compacte 'point-and-shoot'-camera hebt gebruikt, zullen de kleuren met een digitale spiegelreflexcamera in eerste instantie misschien minder levendig overkomen dan verwacht. De oorzaak hiervan is dat compactcamera's vaak standaard ingesteld zijn op een hoger verzadigingsniveau. Net zoals voor contrast, is ook hier de beste keuze afhankelijk van het soort foto dat u maakt. Foto's van verjaardagsfeestjes van kinderen, met veelkleurige versieringen en papieren kronen, zullen vaak beter tot hun recht komen met een hoger verzadigingsniveau, terwijl het bij natuurfoto's erop aankomt de oorspronkelijke kleuren zo goed mogelijk te evenaren. Belangrijk is vooral dat u een verzadigingsniveau kiest nadat u de foto's aandachtig hebt bekeken op uw computer. Het kleurengamma van het lcd-scherm van de camera is immers niet groot genoeg om op basis daarvan een beslissing te nemen over de verzadiging.

    Scherpte:

    Dit heeft niets te maken met scherpstellen. Wel is het zo dat u niets kunt beginnen met de instelling Sharpness (Scherpte) als de foto niet is scherpgesteld.

    Het opnameproces voor het maken van een digitale foto resulteert in een foto die enigszins 'onscherp' is. Dit komt doordat u complexe vormen maakt die gebruikmaken van elementen (de pixels) die min of meer een vierkante vorm hebben. Alles wat geen eenvoudige horizontale of verticale lijn is, zal een getande rand hebben. Als u bijvoorbeeld een cirkel wilt fotograferen, zal het resultaat meer weg hebben van een tandwiel dan van een cirkel. Wanneer de beeldgegevens echter worden verwerkt, worden de getande randen gepolijst. Vervolgens wordt er verscherping toegepast. U kunt het scherpteniveau selecteren dat het meest geschikt is voor het onderwerp in kwestie. Voor een portret kan bijvoorbeeld een enigszins zacht effect een voordeel zijn, terwijl een foto met een groot aantal fijne details meestal het best tot zijn recht komt met een hoge mate van scherpte.

    U kunt de scherpte ook instellen op uw computer, nadat u de foto's hebt overgedragen. Als u werkt met RAW-bestanden zult u waarschijnlijk de voorkeur geven aan deze manier van werken. JPEG-bestanden ogen echter altijd het best als de scherpte wordt ingesteld op de camera zelf.

    Voorbeeld van contrast-, verzadigings- en scherpteaanpassingen

    De onderstaande foto is onmiddellijk na een storm gemaakt. De eerste zonnestralen braken door het zeer donkere wolkendek, terwijl het op de achtergrond nog hard regende boven zee. In het eerste voorbeeld is de foto niet aangepast. De wolken zijn te weinig gedetailleerd, de kleurbalans is niet correct en ook op de achtergrond ontbreekt het aan details.

     

    Afbeelding

     Afbeelding vergroten

    De uitdaging bestaat erin de foto een gevoel van intense emotie te laten uitstralen. Hiertoe is het contrast verbeterd, werden de grijze kleuren verzadigd en werd een iets hogere scherpte ingesteld. Het gevolg is dat de lucht en de rotsen veel gedetailleerder worden afgebeeld en dat de foto een dramatischer indruk wekt.

     

    Afbeelding

     Afbeelding vergroten

     

    Wat is witbalans?

     

    Met witbalans kan uw camera natuurlijk ogende kleuren reproduceren in verschillende lichtomstandigheden. De kleur van het licht verandert naarmate de dag vordert. Daarnaast hebben kunstlichtbronnen een compleet andere kleur dan daglicht. Meestal merkt u dat niet omdat het menselijk oog zich automatisch aanpast aan veranderingen in de lichtkwaliteit, zodat kleuren er altijd normaal uitzien. Met een camera is de kleurtemperatuur echter heel erg zichtbaar.

    Uw camera heeft een aantal verschillende instellingen voor witbalans. Afhankelijk van uw cameramodel zijn mogelijk niet al deze instellingen beschikbaar.

    Auto:

    Als de camera is ingesteld op automatische witbalans, past de camera zich automatisch aan door de kleur van het omgevingslicht te meten. Deze instelling is geschikt voor de meeste omstandigheden.

    Maar Auto White Balance (AWB, Automatische witbalans) is niet altijd de beste keuze. Als er een combinatie is van lichtomstandigheden of als u zich niet in dezelfde lichtsituatie bevindt als uw onderwerp, is het mogelijk dat de witbalans niet correct wordt geregeld. Daarom biedt uw camera ook mogelijkheden om een specifieke witbalans te selecteren, die afgestemd is op uw situatie.

    Vooraf ingestelde witbalans:

    Uw camera heeft de volgende vooraf ingestelde opties, waarmee de lichtbalans wordt ingesteld op een bepaalde lichtbron. De opties komen tegemoet aan de meest voorkomende lichtomstandigheden.

    Daylight (Daglicht):

    Dit is wat we doorgaans beschouwen als 'normaal' licht, het licht dat we buitenshuis aantreffen op een heldere, zonnige dag.

    Tungsten (Kunstlicht):

    Dit is het soort licht dat u thuis hebt. Het is geler dan daglicht en het creëert een geel-/oranjeachtige gloed als het niet wordt gecorrigeerd.

    Fluorescent (Tl-licht):

    Fluorescerende verlichting is typisch voor kantoren en winkels. Het creëert een groenachtig licht, wat resulteert in fletse kleuren op uw foto's.

    Flash (Flitser):

    Flitslicht lijkt qua kleur op daglicht. Uw camera wordt automatisch op flitslicht ingesteld wanneer deze detecteert dat de flitser is ingeschakeld of dat een externe flitser is bevestigd. Als u echter een studioflitser gebruikt of een flitser die niet automatisch samenwerkt met uw camera, dient u het apparaat zelf in te stellen.

    Cloudy (Bewolkt):

    Op bewolkte en betrokken dagen is het licht eerder blauw van kleur en hebben foto's die in die omstandigheden worden gemaakt, mogelijk een 'koude' uitstraling. Met behulp van de instelling voor bewolkt weer wordt de kleur 'opgewarmd', zodat het licht er natuurlijker uitziet.

    Shade (Schaduw):

    Zelfs als u op een zonnige dag in de schaduw zit, buiten het bereik van direct zonlicht, is er toch te veel blauw in het licht. Dit kan een soortgelijk effect hebben als het licht bij een bewolkte lucht.

    Voor elk van deze vooraf ingestelde opties kunt u met de besturingsknop/multiselectieschakelaar van uw camera een fijnafstelling uitvoeren. Zo kunt u de witbalans nauwkeuriger afstemmen op uw huidige lichtomstandigheden. U kunt het effect ervan controleren op het lcd-scherm, maar om zo goed mogelijk aanpassingen aan te brengen, is het aan te raden voorbeeldfoto's naar uw computer over te dragen. Zo kunt u ze naast elkaar vergelijken. Wanneer de vooraf ingestelde optie Fluorescent (Tl-licht) wordt gebruikt, kunt u met behulp van de +/- een specifieke lampsoort selecteren (wit, warm, daglicht, enzovoort).

    Als u niet tevreden bent over het natuurlijk ogende licht dat AWB of een van de vooraf ingestelde opties biedt, kunt u een Custom White Balance (Eigen witbalans) gebruiken. Als u deze functie gebruikt, plaatst u een witte kaart of een wit blad papier als referentie in het licht dat zal worden gebruikt voor de foto. Zo kan de camera zich daarop instellen. De instelling voor eigen witbalans blijft opgeslagen in het camerageheugen, totdat u een nieuwe instelt.

    Tot slot is er nog de camera-instelling Colour Temperature (Kleurtemperatuur) of 'K'. Professionele fotografen gebruiken een kleurmeter om de kleur te meten van het licht waarin ze werken. Bepaalde camera's bieden de mogelijkheid om de meetgegevens van een kleurmeter in te voeren.

    Er zijn bepaalde typen licht waarvoor de witbalans niet kan compenseren. Voorbeelden hiervan zijn de kwiklampen of natriumlampen die worden gebruikt voor straatverlichting en industriële locaties. De enige manier om nauwkeurige kleuren te verkrijgen met dit type verlichting is de flitser gebruiken, mits het onderwerp dicht genoeg is.