Artikel-ID : 00170417 / Laatst gewijzigd : 03/08/2017

De hele foto is wazig.

Producten en categorieën waar dit artikel op van toepassing is

 Camerabewegingen zijn de oorzaak van veel wazige en onscherpe foto's. Dit gebeurt als de camera tijdens de belichting bewogen wordt en leidt ertoe dat alles op de foto er bewogen of onscherp uitziet. Als u de camera in de hand houdt, wordt u aangeraden de SteadyShot®-functie in te schakelen om het effect van camerabewegingen te verminderen. Als u foto's maakt bij weinig licht, kan het gebruik van de flitser ook helpen.

Maar soms is het gebruik van SteadyShot niet zo nuttig en is het gebruik van de flitser niet praktisch, bijvoorbeeld als u foto's maakt met lange sluitertijden of een lens die sterk inzoomt. Camerabewegingen die normaal gesproken niet merkbaar zijn, vallen bij gebruik van lange sluitertijden en sterk inzoomende lenzen meer op. Zelfs als u foto's maakt van stilstaande objecten, wordt u in zulke situaties aangeraden de camera op een statief of een stabiele ondergrond te plaatsen.

Let op de sluitertijd bij het maken van foto's. Om vervaging te voorkomen, wordt de algemeen geaccepteerde regel gehanteerd om een sluitertijd te gebruiken van ten minste '1 gedeeld door de brandpuntsafstand'. Dat betekent bijvoorbeeld dat als u foto's maakt met een brandpuntsafstand van 50 mm, u een sluitertijd van 1/50ste seconde of sneller moet gebruiken. Gebruik een sluitertijd van 1/100ste seconde of sneller als u foto's maakt met een brandpuntsafstand van 100 mm enzovoorts.

Als uw onderwerp beweegt terwijl u foto's maakt en het onderwerp onscherp is in uw foto's, kan de gekozen sluitertijd te lang zijn. Het verkorten van de sluitertijd kan helpen uw onderwerp scherper en met meer detail vast te leggen.

OPMERKING:

  • De waarschuwing voor camerabewegingen kan weergegeven worden als de camera langere sluitertijden kiest.
  • De sluitertijden van foto's die u al naar een computer hebt overgedragen, kunt u met fotosoftware controleren door de Exif-gegevens van elke foto te bekijken.

Foto's kunnen ook onscherp worden als de camera niet goed automatisch kan scherpstellen op uw onderwerp. Probeer eerst een paar foto's te maken met Manual Focus (MF, handmatige scherpstelling) en vergelijk die met de foto's die u eerder maakte met Auto Focus (AF, automatische scherpstelling).

Als u foto's maakt met weinig licht, kan het moeilijk zijn om uw onderwerp scherp te krijgen met AF. Voor een correcte scherpstelling moet u ervoor zorgen dat de flitser is ingeschakeld en de optie AF illuminator (AF-hulplicht) is ingesteld op On (aan) of Auto. Bij het indrukken van de sluiterknop zorgt het AF-hulplicht ervoor dat de camera uw onderwerp kort belicht zodat de camera kan scherpstellen.

OPMERKING: Het AF-hulplicht werkt alleen in de AF-modus. Het is niet beschikbaar in de MF-modus. Als u een compactcamera gebruikt, hebt u wellicht minder mogelijkheden om camerabewegingen en bewegingsonscherpte te voorkomen dan wanneer u een geavanceerder model of een model met verwisselbare lenzen gebruikt.