Artikel-ID : 00140458 / Laatst gewijzigd : 28/01/2016

Soft-toetsen gebruiken en aanpassen

    De soft-toetsen hebben verschillende functies, al naargelang de situatie. De toegewezen functie van elke soft-toets wordt op het scherm getoond. Om de functie te gebruiken die in rechtsboven in het scherm wordt getoond, drukt u op soft-toets A. Om de functie te gebruiken die rechtsonder in het scherm wordt getoond, drukt u op soft-toets B. Om de functie te gebruiken die in het midden wordt getoond, drukt u op het midden van het bedieningswieltje (soft-toets C).

    Afbeelding

    Volg de onderstaande stappen om de functie van soft-toetsen B en C aan te passen.

    OPMERKINGEN:

    • Soft-toets A kan niet worden aangepast.
    • Een aangepaste soft-toets werkt alleen in de opnamestanden P (automatisch programma), A (diafragmaprioriteit), S (sluiterprioriteit) en M (handmatige belichting).
    • De soft-toetsfunctie is mogelijk niet beschikbaar indien de camera niet beschikt over de nieuwste firmware-update. Zorg dat uw camera is bijgewerkt met de nieuwste software en firmware.

    Soft-toets B aanpassen:

    OPMERKING: De standaardinstelling voor soft-toets B is Shoot.Tips (Opnametips)

    1. Druk op Menu en vervolgens op Setup (Instellingen).
    2. Onder Setup (Instellingen) kiest u Soft key B Setting (Instelling soft-toets B) en de gewenste functie.

    Soft-toets C aanpassen:

    OPMERKING: De standaardinstelling voor soft-toets C is Shoot Mode (Opnamestand)

    1. Druk op Menu en vervolgens op Setup (Instellingen).
    2. Onder Setup (Instellingen) kiest u Soft key C Setting (Instelling soft-toets C) en vervolgens Custom (Aangepast).
    3. Vervolgens kunt u ervoor kiezen om een eigen functie toe te wijzen aan Custom 1, Custom 2 of Custom 3 (Aangepast 1, Aangepast 2, Aangepast 3).