Artikel-ID : 00080281 / Laatst gewijzigd : 13/06/2019

Het bericht Check the lens attachment (Controleer de lensbevestiging) wordt weergegeven en de lens wordt niet herkend door de camera.

    Dit bericht verschijnt wanneer de camera de lens niet kan herkennen, omdat de lens niet correct is bevestigd of omdat er een contactfout is vanwege vuil of stof op de contactpunten van de lens.

    Afbeelding

    Voer de volgende stappen uit en ga na of het probleem is opgelost.

    Wanneer je een telescoop of bevestigingsadapter van een andere fabrikant, of een microscoop, gebruikt, wordt dit bericht weergegeven omdat de camera het bevestigde apparaat niet kan herkennen en de sluiter niet kan ontspannen. Wanneer je beelden opneemt met dergelijke apparaten, stel je Release w/o Lens (Vrijgave zonder lens) in op Enable (Inschakelen).

    OPMERKING: Als je camera de functie Release w/o Lens niet heeft, stel je de modusdraaiknop in op M.

    Raadpleeg de gebruikershandleiding om Release w/o Lens in te stellen.

    1. Zorg ervoor dat de lens correct is bevestigd op de camerabehuizing.
      Als de lens niet correct is bevestigd, maken de aansluitpunten die communicatie tussen de camerabehuizing en de lens mogelijk maken geen contact.
      Druk de ontspanknop van de lens niet in, maar draai de lens met de klok mee en bevestig ze op de camerabehuizing tot ze vastklikt.
    2. Controleer of er vuil of stof is op de aansluitpunten van de lens.
      Als er vuil of stof is op de aansluitpunten van de lens, treedt er een contactfout op en kan de camerabehuizing de lens mogelijk niet correct herkennen.
      Veeg vuil of stof weg met een zachte, droge doek (zoals een reinigingsdoek) en bevestig de lens opnieuw op de camerabehuizing.

     WAARSCHUWING: De hardware kan beschadigd raken.

    • Zorg dat er geen stof of vuil in de lens komt.
    • Raak het lensoppervlak niet aan.
    • Gebruik nooit een borstel van glasvezel (reiniger voor de batterijcontactpunten), aangezien hij de goudcontacten kan beschadigen. Dat risico bestaat ook met een gom.

    • Afbeelding

      [A] aansluitpunten van de lens


    1. Controleer de contactpennen van de camera. De 8 (type A)/10 (type E) veercontactpennen van de camera garanderen meestal een veilig contact met de contactplaten van de lens. Als een van de veercontacten echter defect is, zal de lens niet meer correct wordenherkend. Je kunt gemakkelijk controleren of alle contacten in goede staat zijn of bijvoorbeeld een veercontact defect is, zoals getoond in de onderstaande afbeelding.

      Afbeelding

    2. Hebben andere lenzen hetzelfde probleem?
      Als je een andere lens hebt, bevestig je die lens om na te gaan of alles nu wel goed werkt.
      Als je de andere lens zonder probleem kunt bevestigen, kan er een defect zijn in de eerste lens. Laat de lens nakijken en indien nodig repareren. Als andere lenzen ook niet worden herkend, is er mogelijk een probleem met de camera zelf. In dat geval moet je de camera laten nakijken.