Artikel-ID : 00145249 / Laatst gewijzigd : 03/10/2017

Het gehele beeld heeft een rode, groene of blauwe tint.

    Druk op de knop HOME van de afstandsbediening om het menuscherm van de BRAVIA-TV weer te geven.

    Vertoont het menuscherm hetzelfde probleem?  
    Uw tv heeft mogelijk een defect.

    Raadpleeg Vreemde kleuren op het scherm op de volgende webpagina:
    What to do when there are lines in the screen, the screen is blurred, double images occur, or odd colors occur.

    Als het menuscherm niet hetzelfde probleem vertoont, betreft het geen defect. U kunt de beeldinstellingen aan uw persoonlijke wensen aanpassen. Zie de onderstaande beschrijvingen.

    De kleurtoon aan uw persoonlijke wensen aanpassen
    U kunt de kleurtoon wijzigen door de volgende instellingen aan te passen.
    Het effect van de instellingen is afhankelijk van de configuratie van de tv. Kies daarom instellingen die passen bij uw omstandigheden en voorkeuren.
    OPMERKING: De volgende procedures en itemnamen dienen als voorbeeld. Sommige modellen zijn mogelijk niet uitgerust met de hieronder getoonde functies, of de functienamen of bedieningsprocedures kunnen verschillen per model.
    Raadpleeg voor meer informatie de handleiding of i-Handleiding van uw product.

    1. Selecteer Picture & Display (Beeld en weergave) met behulp van de knoppen omhoog/omlaag en druk vervolgens op de knop Enter.
    2. Selecteer Picture Adjustments (Beeldaanpassingen) met behulp van de knoppen omhoog/omlaag en druk vervolgens op de knop Enter.
    3. Selecteer het item dat u wilt aanpassen en druk vervolgens op de knop Enter.
      • Reset (Herstellen): Hiermee worden de fabrieksinstellingen voor de beeldaanpassingen opnieuw ingesteld, behalve het instellingengeheugen, de beeldmodus en de geavanceerde instellingen.
      • Backlight (Tegenlicht): Hiermee kunt u de helderheid van het tegenlicht aanpassen. Het stroomverbruik neemt af naarmate u de helderheid van het scherm verder verlaagt.
      • Beeld: Hiermee past u het beeldcontrast aan.
      • Brightness (Helderheid): Hiermee past u de helderheid van het beeld aan.
      • Kleur: Hiermee past u de kleurintensiteit aan.
      • Hue (Tint): Hiermee past u de groene en rode tinten aan. (De beschikbaarheid van tinten is afhankelijk van het kleursysteem.)
      • Color Temperature (Kleurtemperatuur): Hiermee past u de witbalans van het beeld aan.
        • Cool (Koel): Geeft witte kleuren een blauwachtige tint.
        • Neutral (Neutraal): Geeft witte kleuren een neutrale tint.
        • Warm 1 / Warm 2: Geeft witte kleuren een roodachtige tint. Warm 2 levert een rodere tint op dan Warm 1.
          OPMERKING: De kleurtemperatuur kunt u gedetailleerd aanpassen via White Balance (Witbalans) in de geavanceerde instellingen.

    OPMERKING: U moet de beeldinstellingen voor elke ingangsbron afzonderlijk aanpassen. Als u beeldinstellingen wilt delen met twee of meer ingangsbronnen, stelt u Target inputs (Doelingangen) in op Common (Algemeen), past u de beeldinstellingen aan en stelt u vervolgens Target inputs (Doelingangen) voor andere ingangsbronnen ook in op Common (Algemeen).